Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 63
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0075
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
r .



^ ^ □ O D ® V

ki



t

Q

1





r\


k ° a"° a k

a □ □ □ □ k

4

L



□ OFFICIEELE MEDEDEELINGEN. □

Door den Bond is onder dagteekening van 26 Februari 1916 het navolgende adres
gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal:

Geeft met verschuldigden eerbied te kennen het Bestuur van den Nederlandschen
Oudheidkundigen Bond, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 7 September 1909, No. 42,
dat het met groote bezorgdheid heeft kennis genomen van de ingediende wetsontwerpen,
behelzende wijziging der Wetten op de Vermogens- en Personeele Belasting, in zooverre
deze treffen: door de Vermogensbelasting het bezit aan kunstwerken in het algemeen en
door de Personeele belasting dat aan kunstwerken, die tot stoffeering der woning dienen.

Hoewel tegen de voorgestelde lage percentage van het ontwerp _ van wet tot
wijziging der wet op de Vermogensbelasting zeker minder bezwaren bestaan dan tegen
de buitengewoon hooge heffing, die in het wetsontwerp tot wijziging der wet op de
Personeele Belasting wordt voorgesteld — daarbij nog gelet op de opcenten, die door
Rijk, Provincie en Gemeente ongetwijfeld zullen worden geheven — geldt tegen de eene
zoowel als tegen de andere hetzelfde principiëele bezwaar, dat zij n.1. de kunst treffen,
die tot dusverre vrij was van beide belastingen, onder andere, omdat zij een van de
roemrijkste overleveringen onzer geschiedenis vormt. Immers het belasten van de kunst
zal een hoogst nadeeligen invloed uitoefenen op het verzamelen en dus ook op het
scheppen van kunstwerken, en dientengevolge niet alleen de verzamelaars, maar in even
hooge mate de kunstenaars treffen. Hoewel het feit, dat niet alleen de verbruikers maar
ook de vervaardigers getroffen worden, iets is, dat deze belasting met iedere andere gemeen
heeft, moet volgens onze bescheiden meening toch in aanmerking genomen worden, dat
de kunst hooger staat dan de bedrijven, die het vervaardigen van verbruiksvoorwerpen
ten doel hebben: immers zij behoort niet tot de ambachten, die met geldelijke middelen
tot bloei gebracht kunnen worden, doch zij is uiting van eene door de natuur verleende
gave, die des te schooner tot bloei komt, naarmate zij meer waardeering geniet van
burgerij en regeering. Daarom is steeds in alle landen het bevorderen van de kunst,
zoowel door het opleiden van kunstenaars, als door het aanleggen van verzamelingen,
beschouwd als een middel tot ontwikkeling en beschaving.

Het is dan ook nog nooit als een teeken van vooruitgang beschouwd, dat men
aan de kunst beletselen in den weg legde en dit toch zal bij aanneming van de voorgestelde

5

63
loading ...