Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 238
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0250
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
REGELS VOOR HET CATALOGISEEREN VAN TEEKENINGEN.

(Naar aanleiding van het artikel van Dr. G. J. Hoogewerff).

Zoolang het catalogiseeren van kunstwerken niet geschiedt volgens vaste regels,
die door alle auteurs van verzameling- of oeuvre-catalogi en dergelijke publicaties worden
nageleefd, blijft voor de studeerenden het naast elkaar consulteeren van verschillende
werken bezwaarlijk en de kans op misverstanden groot, terwijl het van de mate van
ervaring van iederen auteur afhangt, in hoeverre hij zijn programma compleet en practisch
weet samen te stellen en daardoor kans ziet, lacunes en onduidelijkheden in zijne mede-
deelingen tot het inderdaad bereikbare minimum te reduceeren. Bestaanbaar zijn zulke
regels zeer zeker — maar ook slechts dan, wanneer zij door onderling overleg van
deskundigen ontstaan, terwijl men er ook alleen in dit geval op mag rekenen, dat zij
door allen zullen worden nageleefd; natuurlijk behoudt ieder de vrijheid, om er voor
bijzondere gevallen in details van af te wijken; iedere afwijking is duidelijk aan te
geven en c. q. te motiveeren.

Voor zoover ik weet is dr. Hoogewerff de eerste, die de zeker door velen mét
hem gevoelde behoefte aan dergelijke regels uitsprak en een voorstel formuleerde. Door
toevallige omstandigheden bepaalde hij zich tot regels voor het catalogiseeren van
teekeningen; ongetwijfeld hebben deze echter ook groote waarde voor het catalogiseeren
van andere kunstvoorwerpen.

Zeer zeker verdient voor een teekeningen-catalogus in boekvorm een systematisch-
chronologische volgorde na indeeling in scholen of nationaliteiten de voorkeur boven
de alfabetische; het komt mij echter gewenscht voor, aan de alfabetische orde vast te
houden, zoolang de catalogus nog in bewerking is, zelfs al beoogt men eene (latere)
publicatie. Voor de catalogiseering in chronologische orde verdient het systeem, waarnaar
Moes de teekeningen in ’s Rijks Prentenkabinet rangschikte, m. i. evenmin als voor deze
rangschikking zelve, aanbeveling ]). Steeds ga het systematisch groepeeren vooraf aan het
binnen iedere groep zoo mogelijk chronologisch ordenen; men groepeert de teekeningen
onder de kunstenaarsnamen, om ze eerst daarna binnen iedere groep (d. i. kunstenaar)
’t zij chronologisch, dan wel naar de onderwerpen te rangschikken; zoo zijn m. i. ook de
kunstenaars eerst, naar hun artistieke verwantschap, tot groepen te vereenigen en dan
daarbinnen chronologisch — en vooral niet al te streng chronologisch — te ordenen,
totdat eindelijk de groepen, in systematisch-chronologische orde achter elkaar gevoegd,
de scholen of nationaliteiten vormen. Volgens het systeem van Moes is de plaats van
iederen kunstenaar bepaald door de ons bekende uiterste levensjaren; de indeeling in
groepen echter berust grootendeels op de subjectieve meening van den auteur. Hoewel ik
’t met dr. H. eens ben, dat een catalogus niet de plaats is om te experimenteeren, verkies
ik — evenals hij, trouwens — het aangegeven systeem. Het heeft het bezwaar, dat men, 1

1) Zie Museumskunde III (1907) p. 67 en Bulletin van den Oudheidk. Bond, XIII (1907) bl. 149.

238
loading ...