Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 202
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0214
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
vermelden al het schoons en interessants, dat wij dien dag zagen. Dat wij dit profijtelijk
konden doen is te danken, nevens de volledige beschrijving van Hoorn in ons Bulletin
door den Heer Kerkmeijer, aan de groote vriendelijkheid waarmede de Heeren ons
overal rondleidden en aan de kennis en liefde, waarmede zij ons veel van de stad hunner
inwoning verklaarden en deden zien. Een goedverzorgde en gezellige maaltijd in het
hotel de Doelen, waar wij den Burgemeester en de Heeren Clarion en Kerkmeijer tot
gasten mochten hebben, gevolgd door een concert in de zoo aardige Buitensociëteit, vormden
een waardig einde aan dezen zoo leerrijken dag.

Zondag stonden koetsen van velerlei gestalte voor en werd er door de »Streek”
naar Enkhuizen gereden, ’t Weer hield zich goed en de paardjes draafden lustig voort.
Onderweg werd een typische oude boerenwoning te West-Blokker in oogenschouw
genomen en voorts werd de bekende hoeve van den Heer Neefjes te Westwoud bezocht,
en zijn fraaie versierde stal, waar ’s zomers antieke borden in plaats van koeien prijken,
bewonderd. Na een geslaagd noenmaal in de vriendelijke Oranjezaal werden het Waag-
gebouw, het Stadhuis, en de Drommedaris bezocht. Bij onze komst had de beiaardier
R. G. Crevecoeur de attentie het oude carillon der Hemony’s, uit 1675, te bespelen en
binnen werd ons door den Heer Tasman de in wording zijnde tentoonstelling getoond.
Toen vlug naar de Zuider- of St. Pancraskerk met hare onlangs blootgelegde gewelf-
schilderingen en bij het binnenkomen van de zoo imposante, rustgevende Westerkerk,
met haar fraai koorkerk, ruischten ons de orgeltonen tegemoet. Het is jammer, dat de
meesten zoo gehaast waren en naar den trein moesten. Hier was het goed uitrusten
onder het luisteren naar de orgeltonen en het schoone gezang van Mevrouw Kerkmeijer

en ook de rit terug over den Hont en Venhuizen, met zijn mooie uitzichten op de
Zuiderzee en het welig landschap, zal ons lang bij blijven. Slechts noode namen wij
afscheid van onze vriendelijke gastheeren aan wier goede zorgen wij het te danken
hebben, dat wij zooveel zagen en genoten. M p rqOSEBOOM

OPENINGSREDE VAN DEN VOORZITTER Mr. Dr. J. C. OVERVOORDE.

Bij den grooten strijd, die gelukkig buiten onze grenzen woedt, doch waarvan de
gevolgen ook in ons land zoozeer werden gevoeld, was de aandacht te zeer gewijd aan
de dringende eischen van het oogenblik, om nog gelegenheid te bieden voor ingrijpende
veranderingen op oudheidkundig gebied. Toch valt er ook op eenige belangrijke gebeurtenissen
te wijzen, die meer in het bijzonder de belangen raken van onzen Bond. Wij denken
hierbij in de eerste plaats aan het overlijden van ons eerelid Jhr. Victor de Stuers, den
baanbreker voor de Rijkszorg voor de monumenten, den onvermoeiden strijder voor de
belangen der Oud-Vaderlandsche kunst, aan wiens nagedachtenis in het «Bulletin” door
mij een woord van groote waardeering en erkentelijkheid werd gewijd.

Nagenoeg tegelijkertijd nam de Heer J. A. Royer, zijn opvolger als chef der
afdeeling K. en W. sinds 1901, zijn ontslag en werd in diens plaats Mr. M. J. Duparc

202
loading ...