Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 6.1905

Page: 180
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1905/0194
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
i8o

De Naarder gewelfschilderingen.

De Heer W. R. Valentiner wees in het voorlaatste Bulletin (p. 84—86)
op voorbeelden voor eenige der gewelfschilderingen van de St. Vitus-kerk
te Naarden. Ik meen de bewijzen voor de onzelfstandigheid van den Naarder
gewelf-versierder met nog eenige te kunnen vermeerderen.

Een sterk staaltje biedt wel de schildering van de »Poort des Hemels"
(in de uitgave van van Kakken, Peintures Ecclesiastiques etc, Naarden

no. 22) waar de naar
links gekeerde naakte
vrouw, zonder eenige
wijziging genomen uit
Dürers gravure »De
Droom'' (B 76), haar
arm in een hier niet
al te begrijpelijk gebaar
heft. Van meer virtuo-
siteit getuigt de ver-
vormingvan een andere
prent van Dürer » Apollo
en Diana" (B 58), op

de tegenoverstaande
schildering van »Dc
hef' (v. Kakken, Naar-
den no. 23). Hier
houden de armen, die
den boog spanden, de
gedrochten terug, en
de ingetrokken len-
denen voegden zich
naar den greep der
duivelsklauwen. Toch
wijst, dunkt mij, vooral
de stand der beenen
van den man, en verder het bij elkaar stellen van dien staanden man
en die zittende vrouw, op een kennen van de compositie die Dürer (en
ook Cranach) van Barbari afkeek.

De innerlijke zwakte evenwel van dezen schilder van dakgewelven
blijkt niet alleen uit zijn navolgingen van den Duitschen Dürer, maar ook,
en vooral, uit die van den Amsterdamschen Jacob Cornelisz.

Zeer veel materiaal toch leverde de ronde, op de passepartouts 1517
gedateerde. houtsnee-Passie van den laatste. De groep der drie in den tuin
van Gethsemaneh slapende apostelen (naar v. Kakken, Naarden no. 1 hier
gereproduceerd; bovenlijf en kop van den Christus zijn volkomen overge-
loading ...