Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 8.1907

Page: 15
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1907/0021
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
i5

Restauratie der Karolingische Valkhofkapel te Nijmegen.

De herstellingswerken aan Karei de Groote's paleiskapel op het
Valkhof te Nijmegen — tot wier uitvoering op den 9en Januari 1904 door
den Gemeenteraad was besloten — zijn in den loop der vorige maand
onder de leiding van den ondergeteekende, directeur der gemeentewerken
aldaar, (tot 1906 werkzaam onder den titel van Gemeente-Architect) ten
einde gebracht.

Men zal zich herinneren, dat, na de uitgebreide onderzoekingen die
zoowel door den Berlijnschen geleerde Dr. C. Plath als van gemeentewege
in het jaar 1894 hebben plaats gehad, in het daarop volgende jaar door
het gemeentebestuur een Commissie werd benoemd met opdracht om
voorstellen te doen op welke wijze de kapel eventueel zou behooren te
worden gerestaureerd.

Deze Commissie, die na het bedanken van eenige der uitgenoodigden,
behalve uit de toenmalige leden der plaatselijke oudheidkundige Commissie:
de heeren F. H. A. J. Abeleven en Mr. C. G. J. Bijleveld, bestond uit den
Z.Eerw. heer E. Reusens te Leuven, den Z.Eerw. heer G. W. van Heukelum
te Jutfaas, Dr. W. Pleyte te Leiden, den heer B. N. J. J. Schrant te
Nijmegen en den ondergeteekende 1), bracht onder dagteekening van
October 1895 van haar onderzoek verslag uit. In dit verslag werden uit-
voerige voorstellen tot herstelling gedaan en toegelicht. De gezamenlijke
kosten der restauratie werden op ƒ7863 geraamd.

Op deze voorstellen ging het Gemeentebestuur niet terstond in. Ondanks
jaarlijks herhaald aandringen van de plaatselijke oudheidkundige Commissie
om het werk ter hand te nemen, duurde het tot 3 November 1900 alvorens
werkelijke stappen in deze richting werden gedaan. Bij het vaststellen der
gemeente-begrooting voor het volgende jaar (op welke begrooting het
bedoelde herstellingswerk slechts »pro memorie" was uitgetrokken) werd
nml. op voorstel van eenige raadsleden, besloten Burgemeester en Wet-
houders uit te noodigen een op nieuw in bijzonderheden uitgewerkt en
begroot herstellingsplan door den Gemeente-Architect te doen opmaken en
dit plan aan het oordeel van deskundigen te onderwerpen. Onder dag-
teekening van 23 Mei 1901 diende de genoemde ambtenaar zijn plan bij
Burgemeester en Wethouders in, die daarop in de eerste plaats het advies
inwonnen van den specialen kenner en hersteller der Karolingische over-
blijfselen in den dom te Essen, den heer Georg Humann, archeoloog te
Aken, wiens voorlichting sedert het jaar 1891 herhaaldelijk was gevraagd
en gegeven, maar die van de Commissie van 1895 geen deel had kunnen
uitmaken, omdat zijn gezondheid hem dit toenmaals had belet.

Het plan van den Gemeente-Architect week in verscheidene opzichten
belangrijk af van het rapport der Commissie van 1893. Ten zeerste werden

1) De Z.Eerw. heer E. Reusens, Dr. W. Pleyte en de heeren F. 11. A. J. Abeleven
en B. X. J. J. Schrant zijn sedert overleden.
loading ...