Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 313
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0324
License: Free access  - all rights reserved Use / Order

0.5
1 cm
facsimile
gevoelen, dan doe ik hem gaarne een opmerking aan de hand om meteen den Jan Six,
ook op doek en zonder handteekening, aan Gerbrand van den Eeckhout te geven, die
hetzelfde, bij Rembrandt anders niet voorkomende, kleur-accoord van roodbruin en
loodgrijs vaak heeft gebruikt.

Maar gekheid terzijde. Zelfs indien wij het oorspronkelijke niet meer bezaten, zou
zulk een copie toch voor ons een Rembrandt blijven, omdat die ons zooveel meer zou
leeren omtrent den ontwerper als omtrent den copiïst, als de geest die schept hooger
staat dan de hand die uitvoert, vooral daar waar het gaat om het zieleleven uit te
drukken in de stof.

J. SIX.

■ . . .. = ■ ■ ■- -■

EEN BOUWWERK VAN DEN DOMBOUWMEESTER
JACOB VAN DER BORCH.

Bijgaand contract van 7 Januari 1474, berustende in het archief van het begijnhuis
van St. Nicolaas te Utrecht, schijnt mij van genoeg belang om het te publiceeren. De
Dombouwmeester Jacob van der Borch, en ook het aan St. Nicolaas gewijde begijnhuis
bij de parochiekerk van St. Nicolaas te Utrecht, zijn wel bekend. Dat de twee dochters
van den architect, Heilwich en Marye, in het gesticht haar leven gesleten hebben, was
niet bekend; maar het is ook niet zeer belangrijk. Haar vader blijkt echter nu de
kloosterkapel gebouwd te hebben op afdoening van de medegaven zijner dochters in
het klooster.

Het contract is een cyrograaph op papier: ook de helft der inscriptie »Jhesus Maria
Jhesus Maria Amen”, die met drie aardig geteekende bloemen (zeker het product der
schrijfkunst van eene der zusters van St. Nicolaas) doorgeknipt staat onder aan het stuk,
getuigt het. Het stuk regelt de betaling van den Dombouwmeester voor zijne moeite en
bevat tevens de quittantie van het convent voor de voldoening van de uitzetten van
Van der Borch’s twee dochters; in dorso quitteerde de architect de mater nog voor de
voldoening der 200 Rijnsche guldens, die men hem schuldig was na de voltooiing der
kapel. Zooals uit den inhoud van het stuk blijkt, was er echter nog een ander contract
in cyrograaph opgemaakt, dat den bouw zeil der kapel regelde. Dit stuk is ongelukkig
verloren, zoodat wij de beschrijving van het gebouw missen; maar wij kunnen toch
een en ander daarover te weten komen. Het kapelletje is helaas verdwenen; het zou
wel merkwaardig geweest zijn, een werk van den bekenden Dombouwmeester af te
beelden. Maar ik kan er toch wel iets van vertellen en zelfs nog een overblijfsel van
Van der Borch’s bouwwerk aanwijzen als nog bestaande.

De kapel, die nog te zien is op den plattegrond der stad van Adam van Vianen
van 1598, lag aan de zuidzijde der Tuchthuissteeg, die destijds St. Nicolaassteeg heette;
het klooster zelf lag aan de noordzijde der steeg. Ten einde de begijntjes, die, als »sub arcta
clausura inclusae”, niet met de buitenwereld in aanraking mochten komen, in de gelegenheid te

313
loading ...