Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 124
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0134
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
124

De familie van wijlen den heer Cremers had de welwillendheid
aan het Groningsen Museum uit die portretten, waarvan de meesten in
een slechten staat van onderhoud waren, de gelegenheid te, geven
datgene te zoeken, wat voor Groningen en dus voor het Groningsch
Museum van belang en waarde kon zijn. Door den conservator mr. J.
A. Feith werden een twaalftal portretten uitgezocht, waarvan de wapens,
de opschriften of de namen der schilders op verwantschap met Gro-
ningen wezen. Zoo kwamen voor den dag een viertal goede portretten
van den Groningschen schilder J. J. de Stomme, van wien zeer weinige
werken bekend zijn. Onder deze trekt vooral de aandacht het portret
van een in 1656 geschilderd kinderlijkje. Dit schilderstuk heeft echter
vooral historische waarde, omdat men het kind, waarvan de lijkkleur
zeer verdienstelijk is weergegeven, heeft afgebeeld in een lijkwa, ver-
sierd met sterretjes, palmtakjes en kruisjes en met de letters I H S
op de borst en H G K aan het voeteneinde, een gebruik dat te Gro-
ningen bij resolutie van Burg. en Raad van 18 Dec. 1Ó27 was verboden
op boete van 25 Car. gulden en hetwelk menigmaal, blijkens de reke-
ningen van den stads-advocaat-fiscaal, is vervolgd en gestraft. De
bedoelde schilderij wordt thans gerestaureerd door den kunstschilder
H. Boss te Groningen.

Ook ontdekte de conservator aldaar de planken van een uit
elkaar genomen schilderij, waarvan de verflaag hier en daar was losge-
sprongen en waarvan het schilderwerk met een laag vuil was bedekt.
De kleedij der voorgestelde personen deed aan pl.m. 1530 denken.
Aangezien uit dien tijd schilderijen vrij zeldzaam zijn, verzocht de
conservator ook deze oude schilderij te mogen ontvangen voor het
Museum, hetgeen hem gaarne werd toegestaan. Tc Groningen werden
de planken zorgvuldig gereinigd en aan elkaar gepast en bleek de
schilderij nog volkomen compleet te zijn. De heer Feith meende toen
in het schilderstuk een werk van den bekenden Jan van Scorel te
herkennen en won daarover het oordeel in van Dr. Hofstede de Groot.
Deze bevestigde die meening en beschouwde dit schilderstuk als een
der beste werken van dien schilder. Van elders (zie o.a. Gron. Volks-
Almanak 1S93 blz. 24) is bekend, dat Jan van Scorel ecnige jaren in
deze streken heeft vertoefd en o.a. in de abdij van Aduard, ten tijde
van den kunstlievenden abt Johannes Reecamp, eenigen tijd werkzaam
is geweest. De thans ontdekte schilderij is uit een echt Groningsche
familie afkomstig en daarin van geslacht tot geslacht bewaard. De
afmetingen zijn 1.66 bij 1.29 M. Het stuk stelt voor een familietafereel,
een vader, moeder en vier kinderen staande rondom cene tafel, starende
met droeve blikken naar het lijkje van een klein kind, dat op de tafel
ligt. De vader heeft een opengeslagen boek voor zich liggen, de tafel
is met een prachtig gekleurd kleed van geel en groen gedekt, de ach-
tergrond wordt gevormd door een landschap in hall' Duitschen, half
loading ...