Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 156
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0167
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Ten vierde vervolgt de heer De Groot: dk knoop aan liet hier
gezegde de algemeene opmerking vast, dat Albert Cuyp een der moeilijkst
te kennen meesters onzer school is, omdat hij zoo veelzijdig, maar ook
zoo ongelijk van kwaliteit is.« Dit moge waar zijn voor de mindere
werken van Cuyp, bij de beoordeeling van wier echtheid, die kennis
die men per sneltrein-kilometer kan afmeten, van overwegende beteekenis
kan wezen, voor de beoordeeling van de vraag of men met een orgineel
of met een copie van een van de beste werken te doen heeft is die
geheel onnut, zoolang die niet leidt tot de ontdekking van een copiist,
die Cuyp zoo goed kon copiëeren dat hij het meerendeel van de werken
van Cuyp, in die eigenschappen waarin Cuyp het grootst is, overtrof.

En bovendien moet hij hetzelfde doek gebruikt hebban dat
Cuyp gebruikte en dat, al komt het in de 17° eeuw ook bij anderen
voor, toch tamelijk zeldzaam schijnt. Een grof, rekkerig doek, dat bij
het opspannen sterk op de spijkers trekt, zoodat de draden langs den
rand dezen vorm aannemen •-*N'—"T-, vóór dat er op geschilderd wordt.
Cuyp gebruikte dit doek ook voor zijn maneschijn in de verzameling Six.

Ten slotte de hoofdzaak. Beide stukken verschillen niet onaan-
merkelijk in twee bizonderheden, die niet toevallig zijn.

Ten eerste is in de schilderij v?.n Captain Holford de zwarte
lijn in het water verder naar het midden toe doorgetrokken, tot in de
spiegeling van het schip. Er is geen reden waarom een copiist dit
gewijzigd zou hebben. Voor een schilder van de dubbel zoo breede
schilderij moest dit '<:repoussoir« krachtiger en vooral breeder zijn.

Ten tweede zijn rechts bovenaan in de linkerhelft van de schilderij
in Dorchesterhouse donkere wolkjes die zich aansluiten bij de krachtige
wolkenmassa's van de rechter helft. Deze ontbreken in de schilderij in
's Rijks-Museum. Ook hier staan wij weder voor hetzelfde geval; het
zou al een zeer merkwaardig copiist moeten wezen die ze weg gelaten
had; maar het ligt voor de hand, dat Cuyp zelf ze aanbracht om den
overgang te vormen van de lucht van de rechter helft naar de linker.

Zoo is dus uit een nauwkeurige vergelijking van beide schilderijen
nog wel hun geschiedenis op te maken. Cuyp schilderde eerst het fijne
schetsje bij Van der Hoop, waarin hij zijn indruk van een zonsondergang
opteekende en ontwierp daarop een compositie van de dubbele breedte,
waarin hij zijn schets voor de linker helft gebruikte. Die compositie
behield evenwel iets tweeslachtigs en was niet geheel aaneen gesloten.
De reeds genoemde wolkjes b.v. verraden ook in het werk in zijn geheel
hun herkomst maar al te duidelijk. Dit zal ook wel de reden geweest
zijn, die misschien reeds Cuyp zeiven of later een ander er toe bracht
de schilderij door midden te snijden en de ongelukkige verbindtenis te
ontbinden. Uit die stukken, thans weer vereenigd, spreekt niet minder
duidelijk dan dat zij eens een geheel uitmaakten, hun heterogene natuur.
Het is zeker geen toeval dat Captain Holford zijn schilderij zoo heeft
loading ...