Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 158
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0169
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
onbelangrijke afwijkingen, die bij een copie bezwaarlijk te verklaren
zouden zijn.

Ten eerste zijn de mouwen van het costuum geheel verschillend.
De met goud doorweven stof van de bovenmouw heeft een verschillend
patroon en de ondermouw is te Weenen even als de rok van zilver-
brocaat, met kanten manchet, in den Haag van een dunne, eenvoudig
geborduurde stof.

Ten tweede draagt de koningin beide malen een verschillende
halsketting. In het museum te Weenen bestaat die uit groote bloksteenen,
telkens door vier paarlen afgewisseld, in het Mauritshuis uit groote
paarlen door kleine kralen gescheiden. Hetzelfde verschil bestaat bij
de paarlen langs den zoom van haar gewaad. Langs haar muts heeft
zij te Weenen weer dezelfde afwisseling van steenen met vier paarlen,
terwijl in den Haag telkens drie kleine paarlen met een kraaltje een
rand van klaverbladornamenten vormen.

Hoe een copiist tot zulke wijzigingen zou komen is nauwelijks
te begrijpen.

Voor Holbein zeiven echter is er geen enkel bezwaar, aan te
nemen, dat hij bij het kleinere stuk eenvoudiger sieraden zou hebben
aangebracht dan bij het grootere en nu is het zeer opmerkelijk dat de
oorspronkelijke schets van den meester op het kasteel te Windsor
duidelijk dezelfde halsketting te zien geeft, die hij in het portretje van
het Mauritshuis heeft geschilderd, terwijl langs den hals nog flauwe
sporen van de groote paarlen te zien zijn en langs de muts de aan-
duiding van de klaverbladrand niet te miskennen is. De mouwen zijn te
Windsor alleen in lijnen geteekend, die vrijwel aan beide stukken
beantwoorden, maar toch in de bijzonderheden van de plooien der
manchetten dichter bij het Haagsche werk staan. Bovendien is het van
onderen op dezelfde hoogte afgesneden als de teekening, terwijl de
schilderij te Weenen niet te halver lijve is, maar bijna een kniestuk.

Het werk in het Mauritshuis staat dus dichter bij de schets en
ik meen daarom te moeten vragen, dat zij die in deze een beslissend
oordeel durven uitspreken, hun vonnis herzien, met het oog op de
aangewezen feiten. .Ik geloof dat dit mooie stukje zal blijken den
meester niet onwaardig te zijn, al behoort het dan ook niet tot zijn
meesterwerken. Het is gegraveerd bij Houbraken and Vertue, The
Heads of Illustrious Persons of Great Britain, blz. 35.

Verder dan de verzameling van Willem III. laat zich de geschie-
denis niet vervolgen. Het behoort niet tot de werken door koningin
Anna tevergeefs opgeeischt en kan ook onmogelijk «Een koningin
van Engeland in Meniatuur van Holbeen«, als No. 139 in de veiling der
verzameling van Jan Six voor f 6.— verkocht, wezen, daar deze in
1702 eerst na den dood van Willem III gehouden werd.

Er kan daarentegen nauwelijks twijfel bestaan dat de schilderij
loading ...