Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 174
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0185
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
174

Oude Monumenten.

Kapel Marienberg en Boddelpoort te Nijmegen.

Met genoegen mogen wij vermelden, dat het behoud van beide
bouwwerken thans zoo goed als verzekerd is te achten, dank zij het
krachtig initiatief hierin door den minister van Binnenlandsche Zaken
genomen. Door de welwillendheid van het gemeentebestuur ontvingen
wij een afdruk van de missive van Z. Exc. van ió Februari 1.1. luidende:

«Uw bericht omtrent de voorgenomen slooping van de Mariakerk
en van de Boddelpoort, is door mij in handen gesteld van den Architect
der Rijks-Museumgebouwen te Amsterdam.

Blijkens diens hierbij in afschrift gaand rapport wordt het geacht
in het belang te zijn, zoowel van onze oude architectuur in het alge-
meen, als van Nijmegen in het bijzonder, om beide gebouwen te
behouden.

Het komt mij voor, dat dit rapport de bijzondere aandacht van
den gemeenteraad verdient, en dat het zeer wenschelijk is, de zaak in
nadere overweging te nemen:

Vooral voor een stad als Nijmegen, welke tot de oudste, en
wegens hare monumenten merkwaardigste steden van ons land behoort
schijnt het raadzaam, zooveel eenigszins mogelijk, de oude gedenk-
teekenen te behouden, welke getuigenis afleggen van hare aloude
geschiedenis. Ten aanzien van de Mariakerk komt daarbij, dat, naar het
schijnt, aan dit gebouw eene nuttige bestemming te geven is, terwijl,
naar men zich vleien mag, de verbetering van de verlichting der aangren-
zende school en van de speelplaats te verkrijgen zullen zijn, zonder
over te gaan tot de vernietiging van het kerkgebouw.

Gaarne verneem ik te zijner tijd, wat aangaande een en ander
wordt verricht.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

H. GOËMAN BORGESIUS.«

Het hierbij aangehaalde rapport van 9 Februari 1.1. luidde:

«Naar aanleiding van de bij nevensvermcld kantschrijven ontvangen
uitnoodiging, om Uwe Excellentie te dienen met bericht en raad,
aangaande de daarbij gevoegde stukken — die hierbij teruggaan —
heb ik mij op den 3en dezer naar Nijmegen begeven tot het instellen
van een onderzoek in loco en kan ik dientengevolge het volgende
rapporteeren:
loading ...