Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 221
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0233
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
221

schalmen werkte dus in 't veen evenals een klamp. Ik heb deze inrichting
op de hierbij overgelegde schets duidelijk trachten te maken.

De schets stelt voor het in mijn tegenwoordigheid ontgraven gedeelte.

Voor de duide-

-;-.. .....--— -■■-: - lijkheid heb ik het

brug en andere veenbmggen, weer juist op de scheiding van 't hoog-
en van 't laagveen, en is dus vermoedelijk ongeveer in denzelfden tijd
aangelegd.

Dat tijdens de legging ook hier het veen met een weelderigen
plantengroei was bedekt, bleek, na het wegnemen van de planken, uit
de plat gedrukte planten, waaronder vooral lange grasspruiten werden
opgemerkt.

Onder een der planken werd nog een stuk plank gevonden, dat
daar waarschijnlijk was aangebracht, om het pad vlakker te doen liggen.

Ten gevolge van de schalmen kon het alleen als voetpad worden
gebruikt.

De zwakke constructie en de vele zorg, die er blijkbaar aan 't
werk is besteed, wijst er mijns inziens op, dat het niet voor een krijgs-
kundig doel is aangelegd.

De opgraving had plaats op no. 16 van de Oostelijke dwarsplaatsen
van het Enimercompascuum in de nabijheid van het Zwartenbergerveen.
De richting was N.N.O. — Z.Z.W. De naburige colonies Lindloh en Zwar^
tenberg zijn zandhoogten, waarop geen veen aanwezig is of geweest is,
zoodat in de nabijheid daarvan het begin of het eind van het pad te
vinden zal zijn1). Het is mij niet mogelijk om zelfs een vermoeden uit
te spreken van welken kant men met den aanleg is begonnen.

i) Volgens von Alten zou er ten Oosten van Lindloh — naar eene mededeeling van
d';n Obeiamtsrichter Frije — in bet Ruitenbroekerveen vroeger een houten brug gevonden zijn,
samengesteld uit planken van ongeveer 10 cM. dik, 29—54 cM. breed en 2.75 M, lang. — Zij
begon in de nabijheid van de Xederlandsche grens Dij de zandige hoogte van Lindloh. Zeer
waarschijnlijk liep zij van daar naar Altenberge en Dankeren, waar zij wellicht de duinen, die
zich tot aan de Eems hij Haren uitstrekken, bereikte.

onderste gedeelte
van den schalm, dat
in het veen rustte,
ook voorgesteld.

De schalm was
door het turfgraven
geschonden. Ik heb
hem overgebracht
in het Museum te
Assen.

Het voetpad lag,
evenals de Valther-
loading ...