Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 40
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0048
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile


troepen te doen hebben. Immers men ziet overal als hoofdkleur oranje,
en wel een zeer geprononceerd oranje in de vaandels, in de pluimen
en in de sjerpen der officieren. Tot in de verstverwijderdc legerafdee-
lingen toe is de eenige duidelijk aangegeven kleur oranje. Ook de
uniformen (harnassen) van de stafofficieren van den prins keeren bij de
ruiters in den stoet weder. Het lijkt mij derhalve veel waarschijnlijker
dat het de eigen Staatsche troepen zijn, die voorbij hunnen veldheer
trekken, dan dat het een Spaansche macht zou zijn.

Is nu de stad in de verte werkelijk Hulst? Had de schrijver, in plaats
van naar een toevallige gelijkenis van een bastion, naar de natuurlijke
gesteldheid van het terrein en naar de stad zelve, links op den tweeden
grond gekeken, wij gelooven niet, dat hij tot een bevestigend antwoord
ware gekomen. Eene vergelijkende studie ware niet zoo geheel moeilijk
geweest, want in de eigen collectie onder zijn waarnemend beheer
bevindt zich eene uitvoerige afbeelding van de overgave van Hulst door
Hendrik de Meyer, die hem in staat gesteld zou hebben te constateeren:

1°. dat terwijl op het hier besproken doek het terrein heuvel-
achtig en op den achtergrond zelfs bergachtig is, de omgeving van
Hulst daarentegen geheel vlak en zeer waterrijk is;

2°. dat de stad in hare in het oog springende gebouwen, torens,
en kerken, hoegenaamd geene overeenkomst met Hulst vertoont, welks
profiel gekarakteriseerd wordt door de hoofdkerk met haren zwaren,
barokken toren op de kruising der midden- en dwarsbeuken.

Samenvattende komen wij tot de volgende conclusies:

1°. De hoofdpersoon van het stuk is niet Frederik Hendrik op
den leeftijd toen hij Hulst innam. (Hierover nog nader.)

2°. De voorbijtrekkende troepen vormen hoogst waarschijnlijk
een Staatsche en geen Spaansche legermacht.

8°. De plaats der handeling is niet Hulst.

Deze fouten in het betoog van den schrijver zouden wij, als
zijnde van historischen aard, gaarne over het hoofd hebben gezien,
indien zij niet gepaard gingen met ernstigere kunstkritische ketterijen.

De meer vermelde ambtenaar zoude toch gaarne in het door
zijn beleid aangekochte stuk een werk van Philips Wouwerman zien en
hij verklaart »in samenstelling, teekening, kleur en penseelbehandeling';;
diens werk te herkennen.

Bedriegen wij ons niet, dan is voor dit schilderij slechts een
bescheiden bedrag uitgegeven en verkeert de waarnemende directenr
derhalve vermoedelijk in den waan, een koopje te hebben gedaan. Wij
moeten hem tot ons leedwezen deze illusie ontnemen. Het schilderij
heeft noch in samenstelling, noch in teekening, noch in kleur, allerminst
in penseelbehandeling eenige overeenkomst met de authentieke werken van
Philips Wouwerman, bij wien het in de eerste plaats in kwaliteit verre
ten achteren staat.
loading ...