Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 196
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0207
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
196

Daar de directeuren van de lokale musea leden van den bond
zijn, animeerde spreker hen, aanvragen in dezen geest tot de regeering
te richten.

In de derde plaats wijst spreker op het groote belang van het
inventariseeren der nog in ons land voorhanden monumenten en andere
kunstschatten. Nederland staat op dit gebied zeer bij andere landen,
vooral bij Duitschland en Frankrijk, ten achter. Er zijn personen, die
met dit inventariseeren niet op hebben, omdat zij meenen dat door het
meer algemeen bekend worden van tot dusvd* verborgen kunstschatten
het gevaar verhoogd wordt, dat zij worden opgekocht en naar het
buitenland verhuizen. Spreker daarentegen gelooft in de eerste plaats,
op grond zijner ervaring, dat de opkoopers die hierin hun bestaan
moeten vinden, veel beter op de hoogte zijn van hetgeen er nog in het
verborgen aanwezig is, dan de oudheidkundigen 'en museum-directeuren,
en in de tweede plaats meent hij, dat menig eigenaar, die nu bij de eerst-
voorkomende gelegenheid zal verkoopen, omdat hij de waarde van zijn bezit
niet kent, daarvan wellicht weerhouden zal worden, indien eene inven-
tarisatie-commissie bij hem komt om het te beschrijven en meer alge-
meen bekend te maken. Hoe zeer het hooge gewicht eener behoorlijke
inventarisatie in het buitenland wordt beseft, blijkt uit de volgende
passage in de inleiding van Clemen, Kunstdenkmaler der Rheinprovinz
(blz. VI): Die Behoerden des Staates wie die Provinzialverwaltung, die
politischen wie die kirchlichen Gemeinden und ihre Leiter haben das
lebhafteste Interesse daran, ueber das Vorhandensein, den Wert und den
Zustand aller Denkmaeler genauen Aufschluss zu erhalten und in einem
ausfuehrlichen Inventar zugleich ein praktisches Handbuch zur Vcrfuegung
zu haben, das ueber alle bei Erhaltung und Herstellung von Denk-
maelern in Betracht kommenden Vorfragen ausfuehrlichen Bescheid
gewaehrt. Gegen willkuerliche Verschleuderung und Zerstoerung bietet
das Bestehen eines allgemein zugaenglichen Verzeichnisses ansich schon
eine gewisse Gewaehr und zur Durchfuehrung der staatlichen Aufsicht
ueber die Denkmaeler ist die Statistik die notwendige Vorbedingung.

Het vierde punt dat spreker in de aandacht van het bestuur van
den oudheidkundigen bond aanbeveelt, betreft de bij de staatsbegrooting
toegestane credieten voor aankoop. De rijksmusea bevinden zich ten
aanzien hunner zusterinstellingen van provincie en gemeente in de on-
gunstige conditie, dat alles wat zij op het einde van een dienstjaar
overhouden in de schatkist terugvloeit. Zij mogen niet oppotten, om
bijvoorbeeld eens in de vijf of tien jaar een meer belangrijk kunstwerk
aan te koopen. Het gevolg hiervan is natuurlijk, dat een directeur die
op het einde van een dienstjaar nog een klein bedrag beschikbaar heeft,
de stelregel huldigt «liever iets dan niets« en wellicht een min belang-
rijk voorwerp aankoopt, hetwelk hij, mocht hij sparen, niet gekocht zou
hebben. Vooral het Mauritshuis zou er zeer door gebaat worden, indien
loading ...