Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.1900-1901

Page: 177
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1900_1901/0184
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
i77

gelijk is zonder inzage van het archief der Commissie en daar ik in
mijn artikel opbouwend wilde werken, waarvoor een oprakelen der bijna
vergeten geschillen mij niet wenschelijk scheen.

J. C. O.

De thans bekende portretten van Jan van Wassenaer, laatste
burggraaf van Leiden, uit het geslacht van dien naam.

Jan van Wassenaer, heer van Wassenaer, enz., burggraaf van
Leiden, een zoon van fan van Wassenaer en diens tweede vrouw Jeatme
de Haluin, was een der geduchtste krijgslieden van zijnen tijd en tegelijk
een der aanzienlijkste edelen dezer gewesten.

In de «Wapenheraut* (maandblad voor geschiedenis, geslacht- en
wapenkunde, enz.) hebben we een zoo volledig mogelijke levensbeschrij-
ving van hem gegeven, waaruit we hier slechts enkele punten zullen
aanhalen, tot recht begrip zijner portretten noodig.

In 1516 werd hij op de vergadering van het kapittel der orde
van het Gulden Vlies, binnen Brussel gehouden, tot ridder dezer orde
benoemd.

In 1509 werd hij bij Padua gewond door een schot in zijn kaak. Na
vele krijgsverrichtingen in Utrecht en Gelderland werd hij in 1516 door
Karei V tot stadhouder en opperste-kapitein over Friesland benoemd.
()ok daar voerde hij vele oorlogen tot hij in 1523 bij de belegering
van het dorp Sloten een kogel in den arm kreeg, aan welke wond hij
op 4 December van dat jaar, op 40-jarigen leeftijd te Leeuwarden stierf.
Zijn lijk werd naar 's-Gravenhagc vervoerd en aldaar met veel statie in
de Kloosterkerk (toen de kerk van het Jacobijnen-klooster) begraven.

De portretten, welke we van hem hebben kunnen opsporen, zijn;

I, Een ongeveer levensgroot schilderij, Jan van Wassenaer ten
voeten uit voorstellend staande op een grasgrond in een zwarf. harnas
met goud geïncrusteerd. Dm het middel een zeer vreemdsoortige rok
uit roode en witte banen bestaande, op het hoofd een hoed met struis-
veeren in dezelfde kleuren. Hij heeft de keten van het Gulden Vlies om,
houdt met de linkerhand het gevest van zijn zwaard vast, met de
rechter een tegen zijn dij gesteunden breshamer. Bij zijn hals een kogel,
waaruit vonken spatten, met het bijschrift: «ln Italia voir Padua, A° '9«;
bij zijn arm een dito kogel met: «Voir Sloten in Vrieslandt, A" '23«.
Bovenaan het wapen van Wassenaer met de keten van het Gulden Vlies
er om, en er boven deze nog onverklaarde letters. «Z. O. W. R.« Het
bovenstuk van het schilderij wordt geheel ingenomen door deze inscriptie:

«Jan Baenerheer van Wassenaer, Burchgraef van Leyde, Ridder
loading ...