Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 4.1902-1903

Page: 196
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1902_1903/0205
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
196

Korte Mededeelingen.

Muntvondst te Stamproy (Limburg).

Te Stamproy zijn in liet begin van dit jaar de navolgende zilveren
munten gevonden:

Holland. 1601. Roosschelling. Nijmegen. 1689. Statenschelling. Brabant.
Albertus en Isabclla (1598—1621). Pauwschelling zonder jaar te Brussel en
van 1621 te Antwerpen geslagen. Stukken van drie Sols van 1617 en
1620 te Antwerpen, van 1616, 1619 en 1620 te Brussel en van 1621 te
's-Hertogenbosch geslagen. Escalins van 1622, 23, 24, 25, 28 en 1651 te
Antwerpen, van 1622, 23, 24, 29. 41, 45 en 1651 te Brussel geslagen.
Vlaanderen. Pauwschelling van 1621. Doornik. Es-calin van 1623, 1638,611
1652. Luik. Schellingen van 1640 en 1654. Frankrijk. l/4 Kroon van
1643 van Lodewijk XIV te Parijs geslagen.

Al deze munten, ruim 80 stuks, hadden veel geleden.

's-Gravenhagc. April 1903. A. O. van Kerkwijk.

De Romeinsche begraafplaats aan den Berg-en-Dalschen weg
bij Nijmegen.

De opgravingen hadden ten deele — en zelfs voor een zeer groot deel —
zonder eenig toezicht plaats op een braakliggend stuk grond, oostelijk van
de Hugo-de-Grootstraat. Spelende jongens hadden, al gravend, urnen en
schotels gevonden en deze spoedig aan liefhebbers verkocht. Het gevolg
was een ware opgravingsmanie onder de straatjeugd, die zoo'n vaart nam,
dat er overal over werd gesproken. Van de zijde des eigenaars (of liever
des beheerders) van den grond werd er nu een einde aan gemaakt. Inmiddels
had het onderzoekingswerk al vele weken geduurd, voornamelijk in de
maanden Februari en Maart.

Tijdens den aanleg van de Flugo de Grootstraat, voor een zeven- of
achttal jaren geleden,waren reeds herhaaldelijk Romeinsche oudheden gevonden
en hetzelfde had plaats gehad in een deel van een 50 a 60 Meter meer
oostwaarts gelegen straat (thans Peter Brugmanstraat) en op een particulier
erf langs de nog ongeveer 90 Meters meer oostwaarts gelegen Eleonorastraat.
Dit laatste erf, reeds toenmaals deel uitmakend van een bloemisterij, en
waaruit reeds herhaaldelijk Romeinsche oudheden waren opgedolven,
werd door den tegenwoordigen eigenaar, eveneens bloemist en tuinder,
door de in zijn nabijheid gedane vondsten daartoe aangespoord, in de maand
Maart meer systematisch omgewerkt, zoodat waarborg gegeven was voor
een zooveel mogelijk ongeschonden opdelven der verborgen schatten.
loading ...