Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Hrsg.]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 4.1902-1903

DOI Heft:
Nr. 4
DOI Artikel:
Steenhoff, W.: Legaat A. A. des Tombe aan het Rijksmuseum te Amsterdam
DOI Artikel:
Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst te Amsterdam. Aanwisten - Mauritshuis te 's-Gravenhage
DOI Seite / Zitierlink: 
https://doi.org/10.11588/diglit.17410#0132

DWork-Logo
Überblick
loading ...
Faksimile
0.5
1 cm
facsimile
Vollansicht
OCR-Volltext
de Staatscourant, hebben we, vasthoudende aan de testamentaire aanwijzing
der schilderijen, zooals die was gegeven door den kunstlievender! erflater,
den naam van Corn. de Heem laten passeeren. Bij nader aanschouwing van
dit stuk, en mede op gewaardeerde autoritaire aanwijzing, is ons gebleken,
dat de naamteekening opgeschilderd was, en geraakten wc tot de weten-
schap, dat de maker van dit, trouwens middelmatige stuk (Corn. de Heem
is ook niet een meester van die beteekenis om hier onmiddellijk teleur-
stelling te baren) zou zijn M. Simons.

Nog een bloemstuk of een tak bloemen slingersgewijze hangende in een
bergachtig landschap van geringe kunstwaarde; weer beter, een landschap,
vermoedelijk Fransch, laat zeventiend' ceuwsch, en verschillende miniaturen
of kleine portretjes, waarbij curiositeitshalve kan gewezen worden op de
borstbeelden van Maurits en Frederik Hendrik, geschilderd door Lyon
(gecopiëerd naar Mierevelt?). Meer vermeldingswaard als kunstuiting zijn
twee portretjes, één van een jonkman met breeden, omgeslagen kanten kraag
en een ander van een man op rijper leeftijd; het pendant van dit laatste,
een vrouwenportretje, is aanmerkelijk minder.

Van een schilder uit den modernen tijd, omstreeks 1860-70, G. A.
van der Brugghen, zijn er verschillende werken gelegateerd, meest hondenstudies.

Twee, die er op 't oogenblik geëxposeerd zijn, mogen als lang niet
onverdienstelijke proeven van een naar oude traditiën zich voegende
schildertrant in aanmerking komen.

Te zamen telt het legaat twaalf schilderijen, en naar uit dit overzicht
gebleken is, moet het qualitaticve ervan slechts matig genoemd worden.

W. Steenhoff.

Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst te Amsterdam.
Aanwinsten.

In de nog zoo arme verzameling van tinwerken kwam een voornaam
stuk, een groote schotel, versierd met renaissance-ornament in reliëf. Deze
schotel was tot dusver slechts bekend door één zeer versleten exemplaar
in het Museum te Padua (Hans Demiani: — Francois Briot, Caspar Knderlein
und das F.delzinn, Leipzig 1897, blz. 28) en maakt vermoedelijk deel uit
van eene serie »Hercules-schotels", zoo genaamd naar de voorstellingen
op de navel-medaillons, van welke serie er nog maar twee stukken over zijn.

De schotel meet 45 c.M. in middellijn en is op den bodem en op
den breeden rand versierd met band-ornament en kleine mascarondragende
cartouchen, gescheiden door phantastische hermen-figuren, waartusschen satyrs.
apen, vogels, herten en bokken spelen. Het oorspronkelijke medaillon op
den navel, dat een Hercules-reliefje moest bevatten, is helaas verloren geraakt
en in latere jaren vervangen door een zeer onbeduidende blinde cartouche
 
Annotationen