Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 20
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0032
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
20

De Scheldestad begunstigd

men verlangde. Ook werd hij nu gewaar, dat de Scheldestad
reeds rijker en gedweeër was, dan de steden van zijn uit-
geputte Vlaanderen. Brugge toch was leeggeplunderd, en
zijn handel verliep ook al te snel en onweerstaanbaar, dan
dat er nog zou te hopen zijn aldaar nieuwe schatten te
vergaren. Derhalve moest het Huis van Burgondië eene
nieuwe goudmijn zoeken voor zijne alverslindende schatkist.

De opbloeiende Scheldestad scheen daartoe de ge-
droomde plaats, en ten nadeele van Brugge werd de jongere
mededingster nu mateloos begunstigd. Het nieuwe leven, dat
aan Antwerpen daardoor werd bijgezet, openbaarde zich
plotselings en krachtdadig. Binnen eene tijdruimte van vijf
en twintig jaren klom het getal der haardsteden van 3440
tot 4510.

Niet alleen vele vreemde kooplieden van Brugge, maar
ook de meeste van Middelburg sloegen zich in onze stad
neder. De scheepsbouw, die zich tot nogtoe maar bepaald
had bij het timmeren van kleine vaartuigen, liet nu tal van
grootere bodems van stapel loopen. De handelaars kregen
hun eerste beursgebouw. Engeland en de Hanzesteden toon-
den de huizen, uitsluitelijk voor hunne kooplieden ingericht.
Brabantsche steden openden hunne bijzondere hallen, en in
den Pand van het Predikheerenklooster, ter plaatse waar nu
een Calvarieberg is opgericht, werden, naast de prachtvoor-
werpen onzer kunstnijverheid, de eerste voortbrengselen der
Antwerpsche boekdrukkunst uitgestald.
loading ...