Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 238
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0250
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
:®?vSf §*V,v 'SS}- iAjr -A; v.vj V.Si ^.va^i...,

XII

Marten de Vos

e dien tijde hield men een land zonder gekroond
{ opperhoofd nog voor een onwettig bestaande
^l)'muitersnest. Daar ons vrijgevochten volk Phi-
lips II had afgezworen, moest er dus wel een andere
Vorst worden uitgeroepen, die, ten minste in schijn,
i het roer van ons Staatsschip bestieren zou. Nadat ook
'• ^Don Juan als vijand van den lande was verklaard,
werd in 1577 net beheer der Nederlanden den Oosten-
rijkschen Aartshertog Matthias opgedragen, terwijl eigentlijk
de Prins van Oranje de bewindsteugels in handen hield. Mat-
thias was een jong en onervaren ridder, welke dus bijzonder
geschikt was, om als werktuig te dienen van den wakkeren
Staatsman Willem den Zwijger. Spanje betwistte ons nochtans
onze onafhankelijkheid zoo hardnekkig, dat het geraadzaam
werd uit te zien naar eenen Landheer, die ons meteenen
een kloek bondgenootschap verschafte tegen den dreigenden
Kastiljaan. Toen ten laatste de schrandere Veldheer Farneze
aan het hoofd zijner keurbenden tot onder Antwerpens wal-
loading ...