Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 53
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0065
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Ori{e Ambachtslieden Kunstbeschermers 53

aan zijne prachtige gewaden, zijne kostelijke harnassen, zijne
rijke tapijten en de opgesmukte lusthoven, die zijne achter-
gronden versieren. Rogier van der Weyden ï schiep zijne
heerlijkste gewrochten, toen hij den titel voerde van « por-
tretteur » der stad Brussel, en Dirk Bouts vervaardigde zijn
meesterwerk als schilder der stad Leuven.

Omstreeks het einde der xve eeuw was de kunstaanmoe-
diging kariger geworden. Toen Hans Memiing binnen Brugge
de keurigheid zijner penseelen kwam toonen, vond hij nog
maar luttel ondersteuning bij het Burgondische Hof. De be-
ruchte Karei de Stoute had al zijne inkomsten noodig, om
zoolang te oorlogen, tot hij op 7 Januari 1477 de neerlaag
kreeg te Nancy, en zijn verminkt lijk daar, halfnaakt in het
ijs vastgevrozen, werd teruggevonden. Met zijne dichterlijke
penseelgewrochten hief Memiing dan ook den zwanenzang
aan der School van Brugge.

Matsijs was de schilder van Vorst noch Stad ; na lang
wachten, werd hij gelukkiglijk de schilder der ambachtslieden.

De Antwerpsche bevolking was immer bij uitnemendheid
kunstlievend, zooals zij het nog is. Voorheen bepaalde zich
deze schoone hoedanigheid niet bij eene loutere genegenheid;
maar, ingericht tot Gilden en Genootschappen, hadden onze
werklieden ook het vermogen om de kunst aan te moedigen,
en dat zelfs op breede schaal.

Van het geringe dagloon, dat zij wonnen in het zweet
huns aanschijns, brachten zij nog jaarlijks, tot zelfs wekelijks,
eenige penningen naar den algemeenen spaarpot, die immer
aangroeide, tot zij er die trotsche gildenhuizen of prachtige
tafereelen mee konden doen vervaardigen, welke thans nog
ons aller bewondering en verbazing afdwingen.
loading ...