Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 125
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0137
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Dood van Meester Quinten

125

Die gevaarvolle beslissing van zijnen jongen, waarop hij
al zijne kunstenaarshoop vestigde, zal het vredelievend ge-
moed van den grijzen vader diep hebben geschokt. Maar hij
zocht vertroosting in de kunst, die hem altoos even duurbaar
bleef. Matsijs was voorbeeldig werkzaam van aard en beoe-
fende de kunst met iever, zoolang zijne levenskrachten het
hem toelieten. Dat getuigden vooral de fraaie muurschil-
deringen, met welke hij zijne woon nog versierde, toen hij
bijna zeventig jaren telde.

De juiste dag van zijn afsterven is niet gekend. Echter
verscheen Matsijs den i3 Juli i53o nog vóór het Antwerpsche
Magistraat, en op 16 September daaropvolgende staat zijne
gade reeds als weduwe aangeteekend in de Rekenkamer van
Brabant. In de rekeningen Onzer-Lieve-Vrouwenkerk van
Kersmis 1229 tot i53o, staat vermeld, dat « Meester Quinten »
slechts met een « schellijck » van 7 schellingen, en dus als
de geringste der burgers begraven werd! De toenmalige leden
onzer Sint Lucasgilde moeten dan wel verblind zijn geweest
door den glans der Wedergeboorte, dat zij den grootsten
Meester hunner Antwerpsche School niet met allen mo-
gelijken luister naar zijne laatste rustplaats droegen. Slechts
zijne bloedverwanten legden dus den duurbaren doode in den
schoot der aarde, op het klein kerkhof van Onze-Lieve-
Vrouwen, ter plaatse wTaar thans zijne geroemde putkevie
staat. ! Later legde men boven zijn stoffelijk overschot eenen
blauwarduinen zerk, met een doodshoofd op het wapen der

1 De putkevie van Quinten Matsijs werd ten jare 1557, voor het opbouwen van het
nieuw stadhuis, van de Groote Markt naar de Handschoenmarkt overgebracht bij het graf
van den Meester.
loading ...