Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 198
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0210
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
i98

Schilderen op doek

was eene nieuwigheid, welke Floris wilde invoeren. Voor
gewrochten op kleine schaal was echter het doek reeds
van over lang toegepast. Zoo bestond er te Antwerpen van
vóór 1532 « een Mars en de Venus, op doeck van Ma-
buse. » 1 Korts nadien schilderde Peter Coecke « een stuck
Poëterije van Jupiter, op doeck, » benevens « een Adam
ende Eva, op doeck, » en Jan Mandijn had zijne « Temp-
tatie van Sinte Anthonis op eenen dobbelen doeck »
gemaald. Ten jaren 1344 en 1545 werden er een drietal
Mechelsche « doeckschilders » bij onze Sint Lucasgilde aange-
nomen ; doch dit waren eigentlijk maar versierders, welke
met hunne in waterverf geschilderde doeken de kamerwanden
der burgers stoffeerden. Zoo deed ook de Duitsche Meester
Hans Singher, « doeckschilder van groote personagiën ; »
want « van hem was t' Antwerp in de Keyserstraet, tot
Carel Cockeel, een heel Camer van water-verwe gedaen, met
groote Boomen, waer in Linden, Eycken, en ander onder-
scheyden waren. - Frans Floris gebruikte insgelijks reeds het
doek voor vluchtige praalschilderingen, zooals zijne « Vic-
toria; » maar nog niet voor uitgestrekt en ernstig werk,
dat veel kostte en dus de vernielzucht der eeuwen zooveel
mogelijk moest kunnen trotsen. Tot dan toe maalde men ten
onzent de dure groote tafereelen uitsiuitelijk op hardhouten
paneelen. Om dit hout tegen het vermemelen te hoeden,
deed men het eene bijzondere voorbereiding ondergaan, en
de vlakte of voorkant van het paneel werd overdekt met eene
dunne krijtlaag, waarop de kleuren goed stand hielden. Zulks
belette toch niet, dat het hout soms onder de krijtlaag zelve

- '

1 Jan Gessaert, van Maubeuge*
loading ...