Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 241
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0253
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Intrede van den Hertog van Anjou

241

tunus, god der zeehavens, Neptunus op den Walvisch, den
Olifant met Fortuna op den rug, Antigonus met dansende
Reuskens om zich heen, het Handelsschip en eenen ganschen
sleep van wagens met zinnebeeldige voorstellingen.

Het Magistraat had ook de schoolmeesters dringend ver-
zocht al de leerlingen te laten volgen, die Hans de Vrieze zou
uitkiezen, om ze op de praalbogen, tooneelen en zegewagens te
stellen als « personagiën. » Ook onze Violieren sloegen een
tooneel op en ontvingen daarvoor van stadswege i5o gulden.
De schilder Peter Custodis, alias Baitens, bemaalde het
« spectakele » der Goudbloem, en Crispiaan van den Broeck
schilderde de stellagie van den Olijftak, die op de Meir, aan
den hoek der Clarastraat, was opgetimmerd. Aan de Graan-
markt hingen, onder den wijzer van den Tapissierspand, 1 de
zeven voet hooge wapens zijner Hoogheid naast die der
zeventien Nederlandsche Provinciën. Zij waren allen samen
verbonden met « festoenen naer der antycken aert, soo de
Romeynen pleghen, seer schoon gheschildert ende ghechiert.»
Daarbij las men er deze zonderlinge dubbelrijmen :

De cracht der sonnen, die tquaet verdwijnen doet,
Verschijne ons tot vrede in onsen daghen,
Opdat Sijne Hoocheyt, sonder pijnen, moet
Het Lant regeren, naer Gods behaghen;
Soo sal Belgica weder de croone draghen.

Toen Franco is de Valois onder het gebrom der klokken,
het losdonderen der kanonnen en het knallen van twintig
duizend musketten zijnen triomfalen intocht deed, stonden al
de « personagiën » op hunne plaats op de hooge gevaarten,
prachtig getooid in de « kleeren ende kostelijcke ornamen-

1 Thans de Fransche Schouwburg.

16
loading ...