Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 436
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0448
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
436

Andries Snellinck

nadien ook een lijk was. Uit den inventaris van hun sterfhuis
bleek, dat de oude Snellinck tot het einde zijns levens koopman
in schilderijen en verven was. In zijn magazijn hingen nog
een tweehonderdtal tafereelen, waartusschen wij opmerken
« een groot stuck schilderije van de Offerande, olieverf,
gemaekt bij Abraham Janssens, » en « een schetse Hemel-
vaert, van den aflijvigen, op paneel, olieverf. » De voorraad
van schilderijen en de meubelen der overledenen werden op
i5 November i638 openbaarlijk verkocht voor de som van
4g32 gulden, 2 stuivers en 1 oord.

Snellincks zonen van het tweede huwelijk waren toen
ook reeds bekwame kunstenaars geworden. De oudste,
Andries Snellinck, geboren op 28 Januari 1587, ontwikkelde
zich als schilder in het werkhuis zijns vaders. Op zijn een en
twintigste jaar werd hij vrijmeester van Sint Lucasgilde.
Den i9n Januari 1609 huwde hij in onze Sint Joriskerk
Maria Claessens, die hem éen kind schonk, dat echter
stierf in de wieg. Andries Snellinck woonde in de Bogaert-
straat, (nr 10) tegenover de Happartstraat , toen hij op 22
Augustus 1620 zich verbond met Michiel van Elslandt, man
zijner schoonzuster Sara Claessens, om, gedurende tien jaren,
handel in schilderijen te drijven en samen huis te houden.
Van dan af begon Andries Snellinck een fortuin te maken, dat
zeer aanzienlijk werd. Hij kocht talrijke renten en drie huizen,
waaronder een op den Rogier, (nr 25) tegenover het klooster
der Theresianen, dat hij ging bewonen. Daar vervaardigde
hij vele schilderijen, tot hij overleed op 12 September i653.
In zijn huis hingen vele gewrochten van voorname meesters
en onder andere het portret van Andries Snellinck en
zijne Vrouw, door Cornelis de Vos. Van de hand des
loading ...