Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

DOI Page / Citation link: 
https://doi.org/10.11588/diglit.20670#0668

DWork-Logo
Overview
loading ...
Facsimile
0.5
1 cm
facsimile
Scroll
OCR fulltext
656

Alexander Adrieansen

Lichtenstein te Weenen. De Coster leefde als jongman met
eene meid in een huurhuis der Schoenmarkt. Hij lag daar
den 2911 September 1642 ziek te bed, toen hij een testament
deed opstellen, waarin hij twee zijner schilderijen wegschonk :
«een Musieoksinger» en «eene Soldatentronie
met een Keer se in de Handt. » Tot erfgenamen noemde
hij zijne zuster Magdalena en haren man Jacob Bastiaenssens,
die stadsuurwerkmaker van Antwerpen was. In een oogenblik
van schijnbare beterschap werd de zieke schilder naar het
huis zijns schoonbroeders, in de Hochstetterstraat, overge-
bracht. Na aldaar op 3o April eene codicille te hebben doen
opstellen, overleed hij den 411 Mei 1643.

Thans ontmoeten wij voor de eerstemaal eenen stilleven-
schilder. Het is Alexander Adrieansen, ' zoon van den be-
roemden Antwerpschen luitspeler Emmanuel en van Sibilla
Crelin. Hij werd den ibn Januari 087 m onze Sint Jacobs-
kerk gedoopt, en ging op zijn twaalfde jaar de kunst leeren bij
Aart van Laeck. Daar de jonge kunstenaar zich bijzonder
geoefend had in het schilderen van adellijke wapens op
perkament, ~ zoo noemde hij zich, ten jare 1610, bij zijne aan-
vaarding in Sint Lucasgilde, slechts « waterschilder. » Echter
onderscheidde hij zich ook al spoedig in het malen met olie-
verf, en dat nog wel in zoogenaamde stillevenstafereelen. Het
was voor Adrieansen een wezentlijk waagstuk, bij het schitte-
rend optreden van den dichterlijken en grootschen Rubens, te
durven voorkomen met paneeltjes, die niets voorstelden dan

1 Aldus onderteekent deze schilder verscheidene notariëele akten. Zijn vader tee-
kende Adriansen onder de opdrachten zijner vermaarde muziekwerken voor de luit, welke
te Antwerpen van de pers kwamen in 1584, 1592 enlGOO. De verdienstelijke toondichter,
die zich slechts « lüytslaeghere d noemde, overleed te Antwerpen in Februari 1604.

2 Nog op 20 Juni 1656 noemt Alexander Adrieansen zich « constschilder ende wa-
penschilder, » terwijl hij getuigt in 1650 het wapen van Ridder Otto Biel op perkament te
hebben geschilderd.
 
Annotationen