Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 784
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0796
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
784

Van Diepenbeeck als Deken

Den 3n September 1642 nam van Diepenbeeck den gra-
veur Hendrik Snijders den Jonge in zijnen dienst, tegen 3oo
gulden in het jaar, en in 1647 werd die jaarwedde nog met
100'gulden verhoogd. Van Diepenbeeck had « sedert eenige
jaren naer seer constige en de rare schilderijen * teekeningen
gemaakt, welke hij in plaat wilde uitgeven. 1 Zoodra hij
Hendrik Snijders in dienst had, vroeg en verkreeg hij 'daarom
een privilegie, om gedurende twaalf jaren den nadruk te be-
letten, op verbeurtverklaring van al de nagemaakte platen en
eene boet van 100 gulden.

Den i8n September 1641 koos het Magistraat Abraham
van Diepenbeeck tot Deken van Sint Lucas. Op dien dag
legde hij den eed af en aanvaardde hij « de solemneele maeltijd
de Knor, » welke de Opper-Deken hem bood. Dit eerste jaar
zijner indiensttreding bleef van Diepenbeeck als Mede-Deken
getrouw op zijnen post. Hij nam ook deel aan de maaltijden,
gehouden door den Dienenden-Eed na het omhalen der jaar-
kosten, en aan den grooten Sint Lucasdisch, welke drie da-
gen duurde. Echter nam hij van dan af maatregelen, om zich
het volgende jaar aan den last en de kosten van het Opper-
Deken schap te onttrekken. Hij deed namelijk op 17 October

1 De Stad Antwerpen bewaart in hare verzameling van gravuren, berustende in het
Museum Plantijn, nog vier dezer platen, naar de teekeningen van Abraham van Diepen-
beeck gesneden en door hem uitgegeven. De dochter van onzen schilder Anna Theresia
van Diepenbeeck gewaagt, in haar testament van 5 December 1701, van de koperen platen
van Hendrik Snijders, welke in hare familie waren gebleven. Tusschen door haar ge-
maakte legaten meldt zij : «Item alnoch het derde paert van negen copere plaeten haer
testatrice eompeterende, bestaende naer Rubbens, het ierste :het Autaerstuck
van de Paters Augustijnen; het tweede : v?>n de Disputatie van het H. Sa-
crament, van de Paters Predikheeren ; het derde : het Autaerstuck van Sinte
Franciscus, totte Paters Minderbroeders; het vierde : van Samson; het vijfde :
het Huis van Simeon ; het sesd e : het Kindeken in de W i e g e ; het
sevenste:een C h a ri t a s , ende de leste : Twee Mar ie beldekens; met noch
de teeckeningen van den Augustijnenautaer, met een gelas voor; het Huis van
Simeon, op pinneel, ende een teeckeninge van den Ecce Homo, bij haer
vader saligér geteeckent. »
loading ...