Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 1344
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/1356
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
i344

On^e verlossing van de Franschen

dieop3i Maart 1814 bezit namen van Parijs. De Engelschen,
Pruisen en Russen vervolgden de keizerlijke legioenen tot
onder de wallen van Antwerpen, dat in het nauw gebracht
en belegerd werd. Den nn April 1814 legde Bonaparte te
Fontainebleau de kroon neder en eerst den 5 Mei werden
wij van de Fransche bezetting verlost.

Daarop schoot de vurig verbeide vredezon hare
stralen , over onze vertrappelde velden en verwoeste
voorgeborchten, over onze uitgeputte stad, waar het zoolang
verdrukte volk zich als herlevend oprichtte, om moedig den
arbeid te hernemen. Bijzonder voor onze kooplieden opende
zich eene schitterende toekomst ; want den 3on Mei 1814
werd er, naar eisch van Engeland, door artikel XV van het
tractaat van Parijs bepaald, dat Antwerpen niet anders dan
eene handelshaven meer mocht wezen.

De grijze Herreyns, die nu insgelijks een tijdperk van
ontwikkeling, voorspoed en welvaart te gemoet zag, dacht het
plicht, oogenblikkelijk voor de kunst nut te trekken uit de
staatsverandering. Het museum en zijne aanpalende studie-
en zittingszalen, waren voor het verplegen van gekwetste sol-
daten afgestaan ; maar reeds den i8n Mei 1814 vereenigde
onze opperleeraar, ten huize van den heer Karei Stiers van
Aertselaer, het bestuur der Academie, om daar te beraadsla-
gen of het oogenblik niet gunstig was, om de aan Antwerpen
ontstolen schilderijen terug te eischen, bij de Verbondene
Mogendheden, die over ons lot, evenals over dat van Frank-
rijk beslisten. Al de aanwezigen sloten zich volgaarne aan bij
het gewichtig voorstel van den trouwen schildwacht onzer
kunstbelangen. De kostbare meesterstukken onzer beroemde
Schilderschool mochten niet langer 111 den vreemde berusten»
loading ...