Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 57
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0069
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Hij vormt de dramatische groep

57

Vlaamsche schilders op aarde lieten gebeuren, stond nog
immer in rechtstreeksche betrekking met den hemel. Daarom
kozen zij ook meestal het ruime veld, of ten minste vertrekken
met opene deuren en vensters, langs waar men de hemel-
geesten uit de lucht zag dalen, om met de aardbewoners in
gemeenschap te treden.

Van Eyck in zijne Graflegging van Jezus (te
Weenen), Rogier van der Weyden in zijne Kr ui saf doe-
ning (te Madrid), en Dirk Bouts in zijne Martelie van
Sint Erasmus (te Leuven), hadden getracht de eenheid
van handeling daar te stellen zonder daarin te slagen. Den
beiden eersten mangelde het aan dramatisch gevoel, evenals
aan kennis en smaak van groepeering, en de derde was geen
denker of zielenkenner genoeg, om eene volledige en ingrij-
pende samenstelling te omvatten.

Matsijs brak met verbazende vermetelheid af met de
opvattingswij ze zijner meesters. De godsdienst blijft wel is
waar zijn doel, maar is niet meer zijn middel. Hij maakt
gebruik van hemelsche, ja, goddelijke wezens; doch hij brengt
ze vast op aarde, als menschen die voelen en lijden.

Zijne figuren worden levensgroot en treden gansch op het
voorplan. Het verschiet, of althans de achtergrond, is er als
geheel door verborgen. Zijne hemelen zijn ontdaan van alle
bovennatuurlijke verschijnsels. Het zijn luchten, louter naar
de natuur gemaald, en getrouw in overeenstemming met de
dramatische handeling. Gebruikt hij bijwerk, dan is het
slechts om den indruk van het geheel nog treffender te maken.

Schoon en ongekunsteld groepeert hij al zijne personen
om een enkel hoofdfiguur, dat het brandpunt is der gansche
samenstelling, en waarheen al de andere zich als getrokken
loading ...