Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

DOI Page / Citation link: 
https://doi.org/10.11588/diglit.20670#0171

DWork-Logo
Overview
loading ...
Facsimile
0.5
1 cm
facsimile
Scroll
OCR fulltext
Jan Mandijn

werd in Sint Gaugericuskerk, welke thans niet meer bestaat. 1
Een andere vreemde Meester, die gelijktijdig met Peter
Coecke, en bijna met even zoo veel gezag te Antwerpen ver-
scheen, was de Noord-Nederlander Jan Mandijn. Al de levens-
bijzonderheden, welke over dezen kunstenaar tot nog toe
gekend zijn, werden door Karei van Mander medegedeeld, en
zijn vervat in drie regels druks : « Noch was te Haerlem
eenen Jan Mandijn, die seer op zijn Ieronimus Bos fraey was
van ghespoock en drollerije : hy is gestorven t'Antwerpen,
daer hy van der Stadt pensioen hadde. » Deze inlichtingen zijn
wel niet heel belangrijk, maar toch zijn ze weer waarachtig,
zooals wij het met oorkonden zullen bewijzen.

Van Mander kon niet met zekerheid verklaren wanneer
Mandijn geboren werd, en daarom liet hij dit gewichtig punt
onaangeroerd. Het jaar zijner geboorte is dan ook tot nu toe
een raadsel gebleven, en zij die hem, louter op gezag hunner
verbeelding, het levenslicht schonken in 1450, 1455 of 1468,
vergisten zich allen om ter meest. Het gelukte ons eene
oorkonde te ontdekken, waarin Jan Mandijn ons zelf komt
verklaren in welk jaar hij het leven ontving. Met zijnen land-
genoot en kunstmakker Peter Aertsen, verschijnt hij op 20 Juni

1 Monvmenta sepvlcralia et inscriptiones pvblicce privatceq. dvcatvs Brabantiae.
Antverpiae 1613 fol. 293.— Daar er nog getwijfeld wordt, welke der beide steden men
voor de sterfplaats van Peter Coecke dient te houden, zoo zullen wij hier door de zonen
van den overledenen Meester zeiven laten getuigen, dat het Brussel was. Op 15 Februari
1555 verschenen cc Peter ende Michiel Coeck alias van Aelst » voor het Antwerpsche
Magistraat, om af te rekenen met hunne stiefmoeder en hunne gewezene voogden, de
schilder Marten Peters en hunnen oom Marten Coecke. In den schepenbrief, welke alsdan
werd opgesteld, verklaren zij wel voldaan te zijn van al wat hun toekwam cc midts der doot
ende affiivicheyt des voorschreven wijlen Peters Coecx heurs vaders ende wijlen Pauwels
ende Katlijnen Coecx alias van Aelst, heure halve bruedere ende sustere, daer moeder atf is
de voorschreve Marie Verhulst, die al te samen binnen der stadt van Bruessele gestorven
ende affüvich geworden zijn....» Zie : Scabinale protocollen der stad Antwerpen, 1554,
sub Wesenbeke $ Grapheus, vol. I. fol. 310.
 
Annotationen