Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 250
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0262
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
25o Toestand der Sint Lucas gilde

vens een armozijnen kleed, aangekocht voor den altaar. Daarop
werd er toen ook een groot paneel geplaatst, om als altaar-
stuk der Sint Lucasgilde bemaald te worden ; doch tien jaren
later stond het daar nog immer te drogen, zonder dat het
door een penseel was aangeraakt.

Wanneer alles dus weer naar ouder gewoonte heringe-
richt, en het bestuur der Schilders-Kamer gansch vervangen
was, ten gevolge der jaarlijksche nieuwe benoemingen, zonden
onze Violieren, op 29 November 1591, een smeekschrift in,
om het hulpgeld terug te bekomen. Zij beweerden dat zij
hunne Kamer altoos goed hadden onderhouden, evenals
hunne kapel in de kerk, wat verscheidene heeren van het
Magistraat konden getuigen. Er werd een onderzoek geopend
of de Sint Lucasgilde ook wel de noodige goddelijke diensten
liet verrichten. Daaruit bleek, dat de schilders inderdaad
« henne Capelle nyet alleenlijck wel geciert ende oock met
eenen loffelijcken back op hennen outhaer gestoffeert hebben,
maer dat zij oock daerenboven hennen ordinarisen dienst
van de missen zijn celebrerende, gelijck zij oock op Sinte
Lucasdage] lestleden een zeer solenele misse hebben doen
zingen. » Bijgevolg was de katholieke regeering weer over
hen tevreden, en het jaarlijksch hulpgeld werd hun opnieuw
uitgekeerd. 1

Alhoewel onze kunstenaars nu gansch tot de heerschende
gezindheid waren wedergekeerd, toch ging hunne nering
daarom niet beter. Bartholomeus de Momper, die voortdu-
rend den Pand der Borze in huur had tegen 200 gulden
's jaars, klaagde den yn Augustus 1595, dat er slechts acht

1 Rëquestboék der stad Antwerpen, 4591-92, fol. 159; Requestboek der Antwerp-
sche Tresorvj, 1582-95, fol, 195.
loading ...