Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 306
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0318
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
3o6

Gillis van Conincxloo

Met al zijn erkend talent en zijne werkzaamheid vergaar-
de onze kunstenaar toch geene schatten. De oorzaak daarvan
was, dat hij eene groote huishouding had, en als vele onzer schil-
ders leefde zoo gewonnen zoo geronnen. Ten jare 1564 had
hij zich in den echt verbonden met Margaretha Baes, die hem
vader maakte van tien kinderen : vijf jongens en vijf meisjes.
Zijn eerstgeborene werd den 2n Mei 1565 gedoopt in onze
Burchtkerk, en zijne laatste spruit werd op 3 Juni 1588 in
Sint Joriskerk over de doopvont gehouden door den historie-
schilder Crispiaan van den Broeck. Dit zoontje werd, gelijk zijn
vader, Gillis geheeten, en ook als deze mocht het tot schilder
opgroeien; want in 1612 aanvaardde onze kunstenaarsgilde
hem als meesterszone. Toen vader Mostart den 2811 December
1598 op zijn doodsbed lag, bezat hij halder noch dalder om
zijn kroost na te laten. Dat bedroefde hem toch geenszins. Hij
noemde zijne vrienden, de schilders Tobias van Haecht en
Barthoiomeus van Woelput, als toezichtersover zijne kinderen,
wien hij de geheele wereld tot erfenis liet.1 Zijne vrouw werd
door de schuldeischers vervolgd; doch de Antwerpsche regee-
ring had deernis met de « desolate weduwe, »2 die geene mid-
delen had om processen te verduren, en alles werd zooveel
mogelijk te goede geleid, in aanzien der verdiensten des over-
ledenen.

Van Mander verklaart, dat er in zijnen tijd geen beter
landschapschilder bestond dan Gillis van Conincxloo. Dezes
vader, insgelijks schilder en ook Gillis van Conincxloo ge-
heeten, was een Brusselaar, die ten jare i53o. vrijmeester onzer

1 Karel van Mander, fol. 261 v°.

i Requeslboek der stad Antwerpen, 1599, vol. I, fol. 111.
loading ...