Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 397
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0409
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Van Noort miskend en beleedigd

397

zij, dat de Wethouders den gewezen Deken van Noort zouden
dwingen, binnen de maand of uiterlijk binnen de zes weken,
andere droge paneelen te leveren, om die bij de eerste
gelegenheid te laten beschilderen en stoffeeren « soo ende
gelijck sijlieden, met consente van den voorschreven heer
Choordeken ende gemeyne resolutie van den Ouden ende
Nyeuwen Eedt, mitsgaders de gemeyne gesellen derselve
Gulde geraden sullen vinden, tot meeste eere, devotie ende
chiraet van den voorschreven aultaer ende cappelle. » De
Stad benoemde den Schepene Jonker Jan van Stembor
om de zaak te onderzoeken. Naar zijn verslag beval zij op
i5 Mei, dat Adam van Noort aan den strengen eisch zijner
kunstmakkers moest voldoen, en dat ook zij gehouden waren
de altaartafel binnen het jaar te doen beschilderen, volgens
goedvinden der Kapittelheeren en leden van Sint Lucasgilde. 1
Toen de Antwerpsche kunstenaars moesten beslissen, wie hun
altaarstuk zou malen, viel de keus op Marten de Vos, welke
zich van de vereerende taak kweet ten jare 1602. 2

Wat of de oorzaak van dit beleedigend verwerpen der
tafereelen van van Noort mag geweest zijn, blijkt niet. Was
het gewrocht mislukt ; was het onderwerp slecht gekozen, of
viel 's meesters nieuwe trant van schilderen niet in den smaak
van afgunstige mededingers? Ziedaar alle belangrijke vragen,
die, jammer genoeg, nooit zullen opgelost kunnen worden.
Zooals wij zagen, was de heer Koordeken nog al betrokken
in de weigering van het altaarstuk. Echter is het niet mogelijk
te veronderstellen, dat van Noort hier eene willekeurige
tegenwerking onderging, omdat hij niet in de gunst der

1 Requestboek der slad Antwerpen, 1600-01, fol. 10.
- Zie bladzijde 255.
loading ...