Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 430
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0442
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
43o

Rubens op het graf fijner moeder

Mantua te ontmoeten ; want nimmer zag of schreef hij den
hertogelijken meester, die zijn talent zoo kwetsend mis-
kend en al te lang zijne kunstuiting belemmerd had. Onder
aan zijnen brief stelde Rubens naast zijn handteeken den zin :
« Te paard stijgend, » en hij reed inderdaad oogenblikkelijk
in vollen draf naar het zoolang betrachte vaderland. Zijn
gevoelig kinderharte was vol angstige bezorgdheid over het
lot zijner duurbare moeder, die hem op haar doodsbed ver-
beidde, en wier oogen hij misschien niet meer zou mogen
sluiten. Die gedachte moet hem de ziel met onrust hebben
vervuld. Bij al zijne overhaasting verliepen er toch nog drie
eeuwenlange weken, eer hij zijne geboortestad mocht bereiken.
Zijn liefderijk hart had hem bedrogen. In de hoop de
duurbare kranke nog te mogen omhelzen, was hij den
28" October uit Rome weggesneld, en zij was reeds op ic)n
dier maand bezweken en in de kerk van het Sint Michiels-
klooster begraven. Die vreeselijke teleurstelling trof Rubens
zoo diep, dat hij er den levensmoed bij verloor. Voor gerui-
men tijd sloot hij zich op in de Sint Michielsabdij, en in hare
kerk stortte hij lang warme tranen op het graf zijner moeder.
loading ...