Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

DOI Page / Citation link: 
https://doi.org/10.11588/diglit.20670#1087

DWork-Logo
Overview
loading ...
Facsimile
0.5
1 cm
facsimile
Scroll
OCR fulltext
Abraham Genoels 1075

worden, kreeg hij tot last een landschap als proefstuk zijner
ervaring te leveren. Den 411 Januari daarna onderwierp hij
dit kunstgewrocht aan de beoordeeling. Hij bleek op de
hoogte te wezen om academist te zijn, legde als dusdanig den
eed af en stortte 5o livres als inkomgeld. Van de Fransche
Kroon ontving Genoels huisvesting en eene jaarwedde, om in
Lebrun's Veldslagen van Alexander den Groote en
andere geschiedkundige tafereelen de achtergronden te schil-
deren. De samenwerking van Genoels met dien Franschen
meester en de ondergeschikte rol, welke hij vervulde, waren
beiden noodlottig voor hem. De vruchtbaarste jaren zijns
levens gingen voor hem verloren, en als Vlaamsen schilder
verdoolde hij derwijze, dat hij tusschen onze minste
landschapmalers moet gerangschikt worden. Als teekenaar,
en bovenal als doorzichtkundige, had hij echter uitstekende
hoedanigheden, welke hem zelfs als meester gezocht maakten,
toen hij ten tweedemaal in zijne geboortestad was wederge-
keerd. Eerst kwam hij terug in 1672, wanneer hij als vrij-
meester in den schoot der Sint Lucasgilde werd opgenomen.
Om van haar dekenschap gedurende vijf en twintig jaren
bevrijd te blijven, verbond zich Genoels de Schilders-Kamer
te vereeren met een Landschap, waarin de Muzen
der Vrije Kunsten Min er va op den Parnassus
ontvangen. Dit éene der zoo schaarsch geworden gewroch-
ten van onzen schilder hangt in ons museum. Het kan ten
volle als monster dienen zijner zwakheid. De overige ge-
wrochten, welke op naam van Abraham Genoels staan uitge-
stald, zijn : twee Landschappen met Vee, in het
museum van Brunswijk.

Den 8n September 1674 stelde Genoels zich op weg
 
Annotationen